Monografie Harry van Kuyk (1929-2008)


Harry van Kuyk (1929-2008). Wit op wit. En zwart. Reliëfdrukken en kunstenaarsboeken / Dr. Joost de Wal (red.). - Ooij: Van Kuyk Uitgevers, 2016. - Otabind met flappen, 416 p., 400 ill.
ISBN 978-90-800610-4-0 / NUR 642
Prijs: € 49,95


Op 11 september 2016 verscheen de monografie over de Nijmeegse kunstenaar Harry van Kuyk (Zevenaar 1929 – Nijmegen 2008): Wit op wit. En zwart. Reliëfdrukken en kunstenaarsboeken.

Van Kuyk was een volstrekt eigenzinnige eenling in de wereld van de grafiek. In 1969 ontwikkelde hij een nieuw procedé voor de grafische kunst: de reliëfdruk. Op een speciale pers drukte hij in lompenpapier een extreem hoog en tegelijkertijd diep reliëf, zonder inkt: wit op wit. Van Kuyks reliëfdrukken bereiken ‘onmogelijke’ niveauverschillen van bijna twee centimeter. Ze gaan daarmee veel verder dan de bekende blinddruk, die een maximaal reliëf van een paar millimeter kent. Het procedé is nog altijd uniek.

Van Kuyks geometrische en typografische prenten waren in de jaren zeventig een groot succes. De kunstwereld rekende hem onmiddellijk tot de Nederlandse avant-garde. Men vergeleek zijn werk met de wandreliëfs van ‘witte’ kunstenaars als Jan Schoonhoven en Ad Dekkers. Veel van zijn reliëfdrukken bundelde Van Kuyk in hoogst originele cassettes en kunstenaarsboeken. De oplages waren klein. Zijn befaamde Groot Abecedarium uit 1973 werd internationaal bekroond.

Van Kuyk had ruim honderd solo- en groepstentoonstellingen en exposeerde onder meer in Duitsland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika.
Zijn werk bevindt zich in het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, het Haags Gemeentemuseum, Museum Het Valkhof, Museum Voorlinden / Caldic Collectie, de Koninklijke Bibliotheek en tal van internationale collecties.

Wit op wit. En zwart. is het eerste boek over Harry van Kuyk, en het eerste boek over een opzienbarende vorm van minimalisme in de beeldende kunst.
De monografie bevat: heruitgegeven teksten van Harry van Kuyk, boekhistoricus prof. dr. G.W. Ovink en kunstcriticus Lambert Tegenbosch; nieuwe artikelen van Paul van Capelleveen (conservator moderne drukken, Koninklijke Bibliotheek) over Van Kuyks bibliofiele kunstuitgaven, en dr. Joost de Wal (kunsthistoricus) over de techniek van de reliëfdruk en over de eigen- tijdse Nederlandse, Franse en Amerikaanse kunst en grafiek – Jan Schoonhoven, Ad Dekkers, Ellsworth Kelly – waar Van Kuyk nadrukkelijk bij aansloot; een uitvoerige biografie, een oeuvrecatalogus, vertalingen in het Engels en ca. 400 illustraties van Van Kuyks belangrijkste reliëfdrukken en biografische foto’s.


Harry van Kuyk aan zijn reliëfdrukpers ‘Aldus Manutius’, atelier Van Nispenstraat, Nijmegen, 1973. Foto Ton Orizande


biografie Harry van Kuyk

Harry van Kuyk werd geboren in een van de strengste winters van de twintigste eeuw, op 2 maart 1929 in Zevenaar. Zijn laatste lagere schooljaren vielen in de Tweede Wereldoorlog en waren eerder een onregelmatig tijdverdrijf dan een start voor verdere opleidingen. In de 'vrije' tijd die hij daardoor kreeg, werd hij door zijn eerste leermeester Harry Gruben als leerling-zetter een kleine drukkerij binnengehaald. Deze drukker en typograaf, zelf leerling van de beroemde Maastrichtse typograaf Charles Nypels, leerde hem de eerste beginselen van dat eeuwenoude beroep. 'Wie ooit de geur van drukinkt heeft geroken, komt er nooit meer van los', schreef de Groningse drukker en kunstenaar H.N. Werkman; een statement dat wel zeer toegesneden was op Harry van Kuyks verdere leven.

Drukkerswereld
Een paar jaar na de oorlog en met slechts een jonggezellendiplomaatje op zak verliet hij, in de traditie van de Wandergeselle, zijn geboorteplaats en trok naar de drukkersstad Haarlem. Als handzetter kwam hij te werken bij het toen zeer bekende drukkers- en uitgeversbedrijf Boom-Ruygrok; een werkgever die van zijn personeel echter méér eiste dan een papiertje van een lagere opleiding in de typografie.
Ondanks zijn ontoereikende vooropleiding werd hij bij uitzondering toch toegelaten tot de Amsterdamse Grafische School. Voorwaarde was, dat hij in dezelfde leertijd zijn Mulo-diploma zou halen. Tegelijkertijd verdiende hij bij Boom-Ruygrok de kost.
Na zijn studie werkte hij kort in het walhalla der drukkunst, het beroemde en historische bedrijf Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem. De met deze plek verbonden typografen Jan van Krimpen en Sem Hartz wezen hem de weg naar de perfectie die hij voorstond in de gebonden vorm van typografie.
Maar ook de grafiek in de vrije, artistieke sector intrigeerde hem. Hij nam privélessen en hospiteerde aan de Rijksakademie.

Daarna keerde hij terug naar Gelderland. Hij werkte enkele jaren bij uitgeverij De Gelderlander in Nijmegen als ontwerper en lay-outman op de afdeling vakpers. Ondertussen ontwierp,image schilderde, tekende, etste en fotografeerde hij.
De Centrale Drukkerij in Nijmegen bood hem de gelegenheid te werken op de design- en verkoopafdeling, een post die hij met veel enthousiasme vervulde. Na een fusie van het bedrijf koos hij in 1965 voor het vrije kunstenaarschap, en wel voor de artistieke richting van het grafische beroep: de vrije en onafhankelijke grafiek.

Reliëfdruk
Hoewel hij de klassieke en de moderne grafische technieken kende, begon hij te experimenteren met een druktechniek die verder moest gaan dan de blinddruk, het drukken zonder inkt. In 1969 ontstond er een soort prent in bas-reliëf die hij 'reliëfdruk'image noemde. Deze vinding bracht zijn werk over de hele wereld. De speciale drukpers, die bijna veertig jaar dienst deed, liet hij in 1971 bouwen met steun van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk onder minister Marga Klompé. Deze pers is nog steeds uniek.
Zijn reliëfdrukken waren te zien op vele nationale en internationale tentoonstellingen en grafiekbiënnales. In 1974 werden ze in Frechen (BDR) met zilver bekroond. Verzamelaars en musea verwierven zijn werk. Zo reisde hij voor tentoonstellingen en collectioneurs vele keren naar Amerika.

Typografie als thema
Zijn voorliefde ging uit naar het 'bundelen' van prenten die tot één sfeer of thema behoren. Zijn hoofdthema was de typografie en daarvan afgeleide abstracte vormen, naast het naakt en het landschap.
De prenten resulteerden vaak in een monumentaal boek, cassette of portfolio, meestal in kleine oplagen. Zijn opvatting over kunst, met name over grafiek ('kunst dankt haar bestaansrecht niet alleen aan het scheppingsproces, maar ook aan haar exclusiviteit'), zorgde ervoor dat zijn uitgaven een bibliofiel karakter kregen. Van een bundeling, uitgave of losse reliëfdruk verschenen vijf, tien en soms vijftig exemplaren. Bij uitzondering, en afhankelijk van de techniek, was de oplage groter (100 of 250).
Zo ontstonden in ruim vijfendertig jaar, naast vele autonome drukkenimage, tientallen bundelingen, waaronder het internationaal geroemde, op het alfabet geďnspireerde Groot Abecedarium (1973), met een voorwoord van de Amsterdamse boekhistoricus prof. dr. G.W. Ovink. Tot deze reeks horen echter ook Aldus Manutius (1971), Variaties op de Sectio Aurea (1972), Tangram (1975), Grafinuimage (1976), Landschap (1980), Cijfers (1988), Erografica (1995) en niet in de laatste plaats het imposante Bodoni Initiales (1993).
Een stap in de richting van boeken waarin het zwaartepunt op zijn eigen teksten ligt, zijn de verhalenbundel Gisteren. Legaat van vierentwintig uur (1990) en de aforismenbundel Kunstenaarsgoed (2002). In Horizontaal. Liefdesbrieven aan een polder (1999) werden, naast reproducties van eigen pastels, een aantal gedichten van zijn hand opgenomen.
Tussen 1965 en 2000 voerde hij, vaak in opdracht, verschillende monumentale werken uit, waaronder intarsia's, houtreliëfs, grote minimalistische wandreliëfsimage en een onderwijsmonument. Parallel daaraan ontwierp hij affiches, logo's, huisstijlen en relatiedrukwerk voor (kunst)organisaties, bedrijven en particulieren.

Late jaren
Eind jaren negentig nam hij 'vakantie' van de grafiek en schilderde hij de zeer met zijn leven verweven polder in de buurt van zijn woonplaats Ooij. Van het arbeidsintensieve drukken stapte hij daarmee over op lichtere materialen als potlood, pastel en olieverf. Ook nam hij zijn naaktstudies weer op (een thema dat hem van jongs af aan al boeide), die hij uitwerkte in basale lijnen en uiteenlopende technieken. Een van de resultaten, de bibliofiele uitgave NOVAnu, verscheen eind 2006 in samenwerking met de dichter Hans Bouma.
Toch keerde hij op gezette tijden terug naar de kunstvorm waar zijn grote verdienste lag. Zijn laatste reliëfdruk ontstond in 2007: Re-Genesisimage.

Regelmatig ondernam hij verre reizen, waarvan de maandenlange expeditie door de Sahara en Afrika (1982-1983) de indrukwekkendste was. Hij was lid van de Gemeenschap Beeldende Kunstenaars in Nijmegen en kunstenaarlid van Arti et Amicitiae in Amsterdam. Voor zijn bijdrage aan de grafische kunst werd hij in 2007 koninklijk onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Harry van Kuyk overleed in Nijmegen op 7 mei 2008.



Supplement, beeld- & boekwerken
Van Randwijckweg 2
6573 EJ Beek-Ubbergen
024 - 7950477
024-3240054 (privé)
email: supplement




home


De CS-AGENDA, het overzicht voor culturele en aanverwante activiteiten in het Rijk van Nijmegen en omgeving.

Informatie over Supplement, Beek Ubbergen en zijn muzen.

De aanwinsten van deze en voorafgaande weken.

Het totale boekenbestand literatuur

Het totale boekenbestand niet-literatuur


En overige specifieke aanbiedingen:

categorie boeken:
categorie Kunst: Buiten de boekenorde: En om een indruk te krijgen waar al die boeken 'rusten' moet u zeker een kijkje nemen in de voorraadkamer van Supplement. Met uw muis kunt u 'navigeren' door de bibliotheek.
Zoeken bij collega's


Boeken koesteren
Wat te doen met niet (meer) gekoesterde boeken.



home


© 2001 Supplement. Design: rob melssen